TER POPULARISERING VAN KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN
afdeling Oostende
52e jaarprogramma
|
De spreker begint zijn voordracht met de vaststelling dat Iran – of vroeger Perzië – vooraan in het wereldnieuws zit sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog.
De Britten en de Sovjets – toen nog aan de dezelfde kant van de barrière – bezetten het land en gebruikten het als doorgeefroute voor de verkoop van Amerikaans oorlogsmateriaal aan Rusland.
Na de oorlog werden de olieconcessies verdeeld, deze in het noorden van het land gingen naar Russische, deze in het zuiden naar Britse en Amerikaanse maatschappijen.
Mossadeq, de toenmalige democratisch verkozen Premier wou dat de opbrengst van "onze" olie de Perzen ten goede kwam en niet de buitenlandse firma's.
Hij werd door een staatsgreep, met de steun van de VS, afgezet.
Vanaf dan vormde de as Perzië – Saoedi-Arabië – Israël een bruggenhoofd voor de Amerikaanse politiek, maar er waren meer en meer meningsverschillen tussen de Perzen en de Arabieren.
In 1979 namen Khomeini en de ayatollahs de macht over.
Tot daar de geschiedenis, vandaag kent Iran een soort democratie : parlementsleden kunnen verkozen worden, maar niet iedereen kan zich verkiesbaar stellen.
Ahmedinedjad is de eerste niet religieuze leider die verkozen werd als president.
Zijn taalgebruik stoot velen tegen de borst, maar de vertaling van zijn teksten is vaak tendentieus.
Zo leert de spreker ons dat de fameuze zin "we zullen Israël van de kaart vegen" in feite moet vertaald worden als "we zullen het zionistisch project van de kaart vegen".
De ideologische meningsverschillen tussen de VS (en bij uitbreiding de volledige Westerse wereld) en Iran uiten zich ook en vooral op het economische vlak.
Vandaag ligt kernenergie gevoelig.
Na het non-proliferatieverdrag van 1968 kregen 5 landen toelating om atoomwapens te bezitten en een heleboel andere, waaronder Perzië, toegang tot atoomenergie voor civiel gebruik (d.w.z. gebruik van uranium dat 3,5% verrijkt is).
Vandaag willen de VS om een aantal (drog)redenen op deze afspraak terugkomen.
Er heerst echter heel wat dubbelzinnigheid rond dit onderwerp, niet alle landen worden immers over dezelfde kam geschoren.
Aan India, dat de technologie bezit om kernwapens te maken (daarvoor moet het uranium 90% verijkt zijn), wordt zonder probleem uranium geleverd.
Aan Iran, dat momenteel deze technologie niet heeft – en volgens mensen die het kunnen weten ook in de komende tien jaar niet zal verwerven – mag niet geleverd worden.
Iran bezit 11% van de gekende wereldreserve aan petroleum en 15% van de aardgasreserves.
De bewering van de VS dat Iran genoeg eigen energie heeft en dus geen kernenergie nodig heeft wordt door de Iraniërs beantwoord met de stelling dat de voorraad fossiele brandstof eindig is, terwijl de vraag naar petroleumproducten in de wereld blijft groeien.
Iran haalt aan liever petroleum en aardgas uit te voeren en voor binnenlands gebruik elektriciteit op te wekken uit kernenergie.
Om te weten hoe het "Iran in de wereld" in de toekomst zal vergaan, verwijst de spreker naar de boeken van Brzezinski, adviseur onder Jimmy Carter en vandaag terug opgepikt in het Obama-team.
Ooit schreef hij dat de NATO naar het oosten moet uitbreiden of beter ophoudt te bestaan.
Een van zijn stokpaardjes is het verzwakken van Rusland door het op te splitsen in drie : een Europees stuk, een centraal gedeelte en stuk Verre Oosten en die delen verder afzonderlijk te ontwikkelen.
De Bush-administratie is te veel uitgegaan van de suprematie van de VS, vandaag echter wordt meer en meer teruggegrepen naar de analyse van Brzezinski.
De spreker sluit de voordracht af met de vaststelling dat we een nieuw tijdperk in de wereldpolitiek tegemoetgaan.
De Shanghai Cooperation Organisation (China, Rusland, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan en Oezbekistan + een aantal waarnemende landen) wil een tegengewicht vormen tegen het overwicht van de VS, terwijl ook in Zuid-Amerika een nieuwe pool tegen VS groeit met Brazilië en Venezuela als motor.
©Sally K.
Terug
|
Omhoog
|